De stichter: Petrus Jozef Triest 

Zijn Jeugdjaren

Petrus Jozef Triest zag het levenslicht op 31 augustus 1760 als negende kind in een gezin van veertien.
Hij groeide op in het riante Brussel, een stad met veel parken die toen al 70.000 inwoners telde. Behalve dat hij zich van jongsaf inzette voor zieken en bejaarden, is er over zijn kinderjaren weinig bekend.

Na zijn humaniora studeerde hij wijsbegeerte aan de universiteit van Leuven. Aansluitend hierop ging hij naar het seminarie in Mechelen, net als zijn jongere broer. Hij volgde een opleiding gestoeld op een streng dagschema, verdeeld over studie en geestelijke vorming. Op 10 juni 1786 werd hij samen met zijn broer tot priester gewijd.

Het eerste pastorale werk

In die periode was het aantal priesters dermate groot dat hij naar werk diende te zoeken. Triest was toen zo in het oog springend dat hij amper vier maanden na zijn studies reeds benoemd werd als zondags- en feesthelper te Blaasveld. Later verhuisde hij naar Asse en Mechelen. In die tijd verplichtten de Fransen de priesters hun trouw te beloven aan de keizer. Triest weigerde en kwam op een zwarte lijst terecht, waardoor hij in het verborgene moest werken.

Triest was ondertussen in Ronse aanbeland en werkte er als ondergedoken parochiepriester verder. Op 3 januari 1802 werd hij er uiteindelijk officieel benoemd tot priester van de St. Martinusparochie. In die periode leerde hij de werkelijke noden van het volk goed kennen. Vele kinderen bleven alleen achter. Hij probeerde voor hen een bescheiden weeshuis op te zetten. Hij zocht enkele jonge vrouwen om voor hen in te staan.

Ondertussen was hij met enkele hooggeplaatsten in aanvaring gekomen. Hij zegende onder andere een huwelijk in vooraleer het burgerlijk was bekrachtigd. De bisschop zag dat er geen kwaad opzet in het spel was, maar oordeelde toch dat het beter was om Triest over te plaatsen naar Lovendegem. De bewoners van Ronse, en vooral de armere klasse, reageerden geschokt.

Triest de stichter

1. De stichting van de Zusters Van Liefde

Alhoewel hij sterk ontgoocheld was door zijn overplaatsing bleef Triest niet bij de pakken zitten. Hij zag in zijn nieuwe parochie immers dezelfde noden. In 1803 stichtte hij de Zusters van Liefde. Zijn inzet ging niet ongemerkt voorbij. In 1805 werd hem door het bisdom gevraagd naar Gent te komen om te werken. Triest kwam samen met zijn Zusters in de Molenaarsstraat terecht. Bijna onmiddellijk opende hij er een 'hospitaal' voor behoeftige zieke vrouwen.

2. De stichting van de Broeders van Liefde

Twee jaar later werd hij benoemd tot kanunnik en tot directeur van het stedelijk hospitaal "De Bijloke". Langzamerhand werd hij, als gevolg van deze benoemingen, meer en meer betrokken bij de stedelijke 'weldadigheidsdienst'. In de Bijloke zag Triest ook de problemen op de psychiatrische mannenafdeling. Om daar orde op zaken te stellen werd er gesuggereerd mannelijke religieuzen in te zetten. Dit was voor de stad de goedkoopste manier om uit het slop te raken. Zo stichtte hij de Broeders van Liefde. De jonge, onvoldoende gevormde broeders bleken echter niet opgewassen tegen deze zware taak. Velen van hen pleegden vaandelvlucht. Toen ook de econoom er met de kassa van doorging was de maat vol.
Triest had ondertussen Simon-Jan de Noter leren kennen. Samen met hem bouwde hij de Broeders van Liefde weer op.

3. Stichting van de Broeders Sint Jan de Deo

In 1823 stichtte hij de Broeders van St. Jan de Deo. Zij kregen de verzorging van de zieken thuis als taak. Triest zorgde er wel voor dat zij de nodige scholing kregen vooraleer zij de baan werden opgestuurd.

4. Stichting Zusters Kindsheid Jesu

Op 75-jarige leeftijd zag Triest een langgekoesterde droom in vervulling gaan. De nood aan opvang van wezen en vondelingen was enorm groot. Van de stad Gent kreeg hij een klein gebouw ter beschikking waar hij zijn laatste levenswerk begon. Om te voorzien in de opvang van ouderloze kinderen stichtte hij de congregatie Zusters Kindsheid Jesu.

Eén jaar later, in 1836, nam hij na een slepende ziekte met de woorden "Geef en er zal u gegeven worden" afscheid van het leven.